 
|

De kariboe behoort tot dezelfde soort als het rendier, maar wordt
afzonderlijk behandeld, omdat kariboe en rendier zo`n verschillende
geschiedenis en levenswijze hebben. Rendieren zijn de
halfgedomesticeerde (tamme) dieren uit Scandinavië en Groenland, terwijl
de kariboes volledig wild door Noord-Amerika en Siberië zwerven. De
kariboe heeft langere poten dan het rendier, is groter en zwaarder. In
de winter lijken ze zwaarder van bouw door het opgeslagen vet en de
dikkere wintervacht. De oren en de staart zijn kort en de neus is
behaard, een uniek verschijnsel. Dit zijn aanpassingen aan het barre
klimaat, die ervoor zorgen dat het lichaam zo weinig mogelijk warmte
verliest. Rendieren en kariboes zijn de enige hertensoorten waarbij
beide geslachten geweien dragen, die echter bij de mannetjes wel wat
forser zijn. De mannetjes hebben bovendien een `kraag` van lang haar om
de nek.
Men heeft berekend dat rond1900 meer dan1¾ miljoen
kariboes over het ruige terrein van Noord-Canada rondtrokken. Het gebied
waar ze leefden, bestaat uit vlak land met veel meren en moerassen. De
populatie daar is sterk verminderd door de jacht, maar vooral door het
kappen en branden van bossen. In 1955 waren er nog maar 278.000
exemplaren over, maar dankzij een intensief beschermingsprogramma zijn
er nu weer zo`n 400.000. Kariboes leven in kleine groepen en soms in
grotere kuddes van enkele duizenden. Er is geen organisatie, noch is er
een bepaalde groepsleider, de groepen bewegen zich alleen gezamenlijk en
sluiten dicht achter elkaar aan als er onraad dreigt. In april en mei
trekken de kudden naar het noorden, naar de open toendra, waar ze tot
juli blijven. Dan is er weer een trek terug naar de meer beboste delen
in het zuiden van hun gebied. Ze trekken langs vaste paden, die in de
loop van de jaren kaal en hard zijn geworden. In september trekken ze
voor de bronsttijd weer naar de toendra, maar niet zo ver als `s zomers.
Na de bronst gaan ze terug naar de bossen en brengen daar de winter
door. Deze trek is noodzakelijk om de toendraflora de gelegenheid te
geven zich te herstellen van het intensieve grazen. De grote voeten van
de kariboe zijn uitermate geschikt voor het trekken door sneeuw, over
glad ijs en door moerassen. De twee helften van de gespleten hoef zijn
sterk verbreed en afgeplat, waardoor het gewicht verspreid en de druk op
de grond verminderd wordt, precies als bij sneeuwschoenen. De druk die
een kariboe op de grond uitoefent, is ongeveer 14 kg per vierkante dm,
een zeer lage waarde vergeleken met bijvoorbeeld de eland met 59 kg per
vierkante dm. De holle onderkant van de hoeven en de plukken haar daarop
geven de kariboe goed houvast op gladde oppervlakken. Tijdens de trek
komen de dieren per dag ca. 30 km vooruit, maar een opgejaagde kariboe
kan voor een korte tijd wel 65 km per uur halen.

In de winter eten de kariboes korstmossen, zoals rendiermos, en droge
grassen, die ze tevoorschijn halen door met hun hoeven sneeuw weg te
krabben. De naam kariboe, die afkomstig is van de Algonkinindianen,
betekent dan ook `krabber`. Ook eten ze wel de takken van bomen, zoals
wilg en esp.`s Zomers eten ze berken, wilgen, paardenstaarten, grassen
en zeggen. Ook knabbelen ze aan de afgeworpen geweien, wat ertoe
bijdraagt dat het calciumgehalte van het lichaam op peil gehouden wordt
tijdens het groeien van het nieuwe gewei.
Zowel de eskimo`s als de Athabascanindianen waren vroeger voor hun
eerste levensbehoeften als voedsel, kleding, beschutting, praktisch
volledig van kariboes afhankelijk. Er was zelfs een Indianenstam die de
naam `kariboe-eters` had. Eskimo`s zijn voornamelijk van de zee
afhankelijk, maar trekken `s zomers landinwaarts om op kariboes te
jagen. Ze gebruiken de huid voor kleding, schoeisel en bedekking van
boten. Het vet wordt gesmolten en als lampenolie gebruikt. Van de
geweien worden diverse gebruiksvoorwerpen zoals tentharingen, stoelen en
speelgoed gemaakt.
Een enkele keer vangt een grizzlybeer wel eens een jonge kariboe,
maar de voornaamste vijand is toch de wolf. Troepen wolven leven het
grootste deel van het jaar in de omgeving van kariboes en vangen alle
zieke, oude of achtergebleven dieren. Men heeft berekend dat niet meer
dan 5% van de kariboepopulatie aan de wolven ten prooi valt. Er is eens
een kudde kariboes waargenomen, die gevolgd werd door 20 wolven, die
weer gevolgd werden door 2 raven en 3 arenden, die van de kadaverresten
leefden.




Ik
besteed veel tijd en aandacht aan het maken van mijn websites. Ik hoop
dat je hier respect voor hebt. Met andere woorden dat je geen teksten of
foto’s van mijn site haalt zonder mijn toestemming. Dank je.
|