|
Langs de belangrijkste weg in
Øyebakken, in de Valdres, staat een kleine staafkerk, „Ecclesia de Obdal“
- de Kerk van Oppdal- of, zoals deze tegenwoordig officieel heet, de
staafkerk van Øye. Stevig en solide, alsof hij hier uit de grond is
opgerezen. Maar dit is niet het geval. Oorspronkelijk stond de staafkerk
op een andere plek.
Helaas is er van deze staafkerk weinig
bekent en is zelfs van maar enkele staafkerken is minder bekend dan van
deze.
Zoals veel staafkerken, wordt ook de
stafkerk van Øye voor eerst vermeld in een geschreven bron in 1327, in
een Pauselijke boodschap over de "tithing". Een belasting maatregel
waarbij men een tiende moest afdragen.
De kerk werd waarschijnlijk gebouwd in
11 eeuw. Op een oude een rune inscriptie binnen in de kerk staat te
lezen dat de inwijding plaats vond op 29 september, maar het jaar wordt
niet vermeld. Aangezien Johannes de Doper, St. John the Baptist, stierf
op 29 september, werd de Øye staafkerk waarschijnlijk aan hem gewijd.
Zoals al werd genoemd werd de kerk
verplaatst van zijn originele plek op de vlakte naast het meer
Vangsmjøsi - een plek die, om het zachtjes uit te drukken, ongelukkig
gekozen was. Als de rivier overstroomde, en dat gebeurde vaak, nam het
grondwater toe, en liepen de graven op de begraafplaats halfvol met
water. Als een begrafenis in een seizoen met veel overstromingen
plaatsvond, moesten er stenen op de kist worden geplaatst alvorens de
kist in het graf werd geplaatst.
De nabijheid van het meer was ook een
ongelukkige keus zijn omdat de kerk begon te rotten van het vele vocht.
In ongeveer 1740 werd het besluit genomen om de kerk te vernietigen en
een nieuwe, uit balken opgebouwde kerk in Øyebakken te bouwen. Deze kerk
kwam op een hogere plaats te staan. In 1747, waren de dagen van de kerk
(bijna) geteld. Uit eerbied voor de oude kerk, werden sommige van de
houten delen gebruikt in de nieuwe kerk, en één van de portalen werd
geïnstalleerd in nieuwe sacristie. In 1866, is dit portaal weggegeven
aan het universitaire museum van nationale antiquiteiten.

houtsnijwerk in de
kerk
Niemand wist wat aan de rest van
de oude kerk was gebeurd, tot bijna 200 later jaar. In 1935, toen er
spleten in de muren van de nieuwe kerk ontstonden, vonden de vaklieden
die deze aan het herstellen waren de oude materialen van de kerk - 156
stukken, die door het Hoofdkantoor van Historische Monumenten werden
geregistreerd en werden opgeslagen tot een wederopbouw van de staafkerk
in 1960 een feit werd.
Het is moeilijk om de staafkerk van
Øye in een categorie te plaatsen. De buitenzijde lijkt twee van de
andere nog bestaande staafkerken in de Valdres. Te weten de staafkerken
van Hedal en Reinli. Beide ook kerken met 1 schip en omringt door een,
gesloten, omgang.

Echter de binnenzijde van de kerk,
waar vier vrijstaande staven, elk dicht bij de hoeken van de kerk, te
vinden zijn, komt weer overeen met staafkerken van Høre en Lomen. Maar
in tegenstelling tot deze twee kerken doordringen de staven, of masten,
het dak niet om het hogere centrale sectie te dragen.
De masten in deze staafkerk zijn
vastgebonden. Er is slechts 1 staafkerk met dezelfde bouw, de staafkerk
van Vang. Deze staafkerk staat tegenwoordig in Reisengebirge, Polen.
Mogelijk was de staafkerk van Øye al
veranderd van vorm voor deze in 1747 werd neergehaald. Het
sleutelgat-vormige portaal zou een aanwijzing hiervoor zijn. En sporen
op een van de staven wijzen er op dat de kerk ooit een torenspits had.
En in dat geval hebben de staven wel het dak doorboord om een hogere
centrale sectie, de toren, te dragen.

Het interieur van deze kerk heeft een nog
paar originele onderdelen. Het altaar en het portaal, delen van de
buitenmaren en de posten. De andere muren zijn exacte kopieën van de
originele staafkerk. Het snijwerk rond het altaar is nagemaakt van het
origineel dat zich in Oslo in het museum bevind. De crucifix is uit de
13e eeuw.
de crucifix
interieur van de staafkerk

doopfont
Het doopfont is zeer speciaal. Ook dit
komt uit de 13e eeuw. Het doopfont is gesneden uit hout, uit
één boomstam. Aan de zijkant is de schors nog zichtbaar. De kerk heeft
diverse ingangen. Een deur voor de priester, deze komt uit bij het
altaar. De hoofdingang werd gebruikt door de mannen en de vrouwen
mochten door de deur in de zuidelijke wand naar binnen. De spons om de
kerkgangers te zegenen werd op een stok door de deur naar buiten
gestoken zodat ook de zieken en melaatsen hun zegeningen konden
ontvangen. Deze mochten de kerk niet in. In de houten vloer van de kerk
bevindt zich een luik. Door dit luik konden ongehuwde moeders de
schandpaal ontlopen. Door hun kind tijdens of direct na de geboorte te
doden en deze vervolgens, ongezien, door het luik onder de kerk te
stoppen ontliepen zij hun schande. Waarschijnlijk werd het luik ook
gebruikt voor doodgeboren kinderen.

het luik
de lamp
een scheepje boven de deur
Meer zien van
deze schitterende kerk? Volg dan de onderstaande link naar het
fotoalbum.



Ik
besteed veel tijd en aandacht aan het maken van mijn websites. Ik hoop
dat je hier respect voor hebt. Met andere woorden dat je geen teksten of
foto’s van mijn site haalt zonder mijn toestemming. Dank je.
|