|

We zullen Åndelsnes gaan missen. Het schitterende
uitzicht op de bergen en het schitterende weer. Maar we willen meer. We
willen ossen, muskusossen. Dus gaan we vandaag richting Dovrefjell. Daar
lopen een paar kuddes van totaal ongeveer 80 dieren. Maar zo ver is het
nog niet. Eerst gaan we de lege flessen inleveren en wat boodschappen
halen. En dan gaan we op pad. Alles gepakt en de zon aan de auto
vastgebonden gaat de route via E136 naar Dombås. Deze verticale rotswand
heeft een hoogte van 1000 meter en is daarmee de hoogste verticale wand
in Europa. En tevens een van de moeilijkst te beklimmen routes in
Europa. Maar dat gaan wij niet doen. Het is een heel indrukwekkende
route. Aan beide zijde van de weg staan hoge, steile rotswanden, de
Trollveggen. Tussen de rotsen door heb je schitterende doorkijkjes. De
rivieren zijn door het aanhoudende mooie weer zo gezwollen. Op sommige
plaatsen staat het water al ver buiten de oevers. En nog stort overal
het water van de bergen. Wij maken een stop bij de Slettefossen. De
rivier de Rauma stroomt hier door een smalle kloof. En dat gaat met het
nodige geweld. Niet geheel veilig ook, ik zie een gedenkbord hangen.
Hier kwam een Duitser om het leven tijdens het raften.

We vervolgen onze weg. Als we bij de Dovrefjell
aankomen is het plan om via de tolweg, achter de kazerne, naar de
Snøhetta te rijden. Om dan te gaan kijken of we muskusossen kunnen
spotten. Maar helaas, het weggetje gaat pas in juli open. We rijden nog
een stukje door op de E6 in de hoop dat de ossen zich langs het hek
ophouden. Maar nee, geen os te zien. Helaas is dit jaar lopend de
Dovrefjell op gaan geen optie. Moet ik maar weer eens op een ander jaar
terug komen.

We besluiten om naar Dombås te rijden. En daar zien
we wel weer verder. In Dombås komen we terecht in een concours voor
muziekgroepen of iets dergelijks.

Het is nog vroeg en we besluiten om niet hier te
blijven overnachten, zoals eerder ons plan was. We gaan richting
Jotunheimen. Petry weet nog een mooie tussendoor route. Altijd weer
verbluffend hoe zij weer zo’n mooie route weet te vinden. Via de
Slådalsvegen rijden we door het Slådals Natuurskap. Op het hoogste punt,
op 1190 meter, gaan we bij een picknicktafel onze broodjes eten. En al
snel wordt ik, voor de 1ste keer deze vakantie, geprikt door
muggen. Gelijk 6x! Wegwezen!
We rijden via Vågå naar Valdresflya.
Onderweg pikken we nog een paar regendruppels mee. En dan zien we een
bord: de Valdresflya is “ strengt”, afgesloten. Vraagtekens alom.
Waarom? We wagen het er op en rijden door. Niets aan de hand, de flya is
gewoon open. We zijn terug in de Jotunheimen. Sinds 28 mei is er wel het
een en ander veranderd. Er is heel veel sneeuw weg. Maar dat is
natuurlijk logisch met dit weer. We gaan naar de jeugdherberg om een
wafel te eten. Die zijn zo lekker. Het is er erg druk. Het blijkt dat er
een marathon gehouden is op de Rv51, waar de Valdresflya deel vanuit
maakt. En er zijn veel mensen aan het skiën of langlaufen.


Gezellig al die drukte. Maar helaas zien we even
later dat de campings overvol zijn. En inmiddels moeten ook wij gaan
uitkijken naar een hut voor vannacht.

Vinservatn
Als we verder rijden zien we aan
de kant van de weg een bordje dat verwijst naar een hotel met hutten. En
zo komen wij terecht in Beito. In een hotel waar dus ook hutten te huren
zijn. Grønolen Fjellgard is de naam van het geheel. En hier huren wij
een luxe hut, voor niet te veel kronen, aan het meer Øyang. Mooi uitzicht,
over het meer en op de bergen van de Jotunheimen.




Ik besteed
veel tijd en aandacht aan het maken van mijn websites. Ik hoop dat je
hier respect voor hebt. Met andere woorden dat je geen teksten of foto’s
van mijn site haalt zonder mijn toestemming. Dank je.
|