de berglemming
het rendier de eland de muskusos de lynx de veelvraat de poolvos de wolf de berglemmingStart wild in Noorwegen Natuurgebieden fauna flora

 


 Bekend om hun massale trektochten
in de richting van de zee en dan verdrinken
Een collectieve zelfmoord is dit echter niet
maar meer een speurtocht op zoek naar ander gebied

Door overbevolking zijn deze dieren gedwongen
nieuwe woon en voedselgebieden te zoeken
Ze laten zich door niets tegenhouden, geen enkele hindernis
daardoor is hun lot heel vaak ongewis
- naturefreak –
 

   De berglemming is de bekendste van de 12 verschillende lemmingsoorten. Tot deze 12 soorten behoren 5 soorten halsbandlemmingen die leven in het Arctische deel van Canada, Siberië en Europees Rusland, twee soorten lemmingmuizen uit Noord-Amerika, één soort boslemming, levend van Noorwegen tot Siberië en vier soorten echte lemmingen in het noorden van Europa, Azië en Amerika. Berglemmingen komen voor in de berggebieden van centraal Noorwegen, Zweden tot aan de kusten van Finnmark, in het noorden van Finland en op het schiereiland Kola.

Het is een knaagdier en is nauw verwant aan de woelmuis en de muskusrat. Hij wordt tot 130 gram zwaar, 70 tot 155 mm lang en heeft een klein staartje van 10 tot 19 mm. Hij heeft een gedrongen lichaamsbouw en een dikke vacht. De vacht is zwart/geel tot oranjebruin gevlekt. De onderkant van het koppetje en de buik is lichter van kleur, soms zelfs wit. De berglemming heeft korte poten, een stompe snuit en kleine oogjes. De oren zijn klein en liggen in de vacht verborgen. Aan de korte pootjes zitten klauwtjes die zeer geschikt zijn voor het graafwerk.

            

  Berglemmingen zijn typische knaagdieren van de toendra, de fjell’s. In Noorwegen leven zij boven de boomgrens. Ze eten gras, zegge en mos. De lemming houdt geen winterslaap. 's Winters maken ze op de berghellingen ingewikkelde tunnels onder en in de sneeuw, waar ze naar voedsel zoeken, en nesten van mos en gras maken. Tijdens de dooi komen de tunnels bloot te liggen en zijn ze goed zichtbaar en herkenbaar. Door het smeltwater overstroomt het nest en vertrekt de lemming naar de weiden. 's Zomers maken ze tunnels onder stenen en mos. De gangenstelsels kunnen zeer uitgebreid zijn. Lemmingen leven solitair. Omdat de berglemming erg aan zijn territorium gehecht is, markeert hij de grenzen ervan met luchtjes. In de winter woont hij op berghellingen die bedekt zijn met lang mos, waar hij zich door de sneeuw heen graaft om op de bevroren grond een nest te bouwen.

  Berglemmingen passen hun voedsel aan het seizoen en de locatie aan. Ze gaan vooral in de ochtend- en avondschemering op zoek naar voedsel, waarbij ze ofwel op korte vegetatie grazen, of in de grond naar wortels graven. Tijdens de winter graven ze door de sneeuw naar mos, korstmossen en gras dat de hellingen bedekt en gebruiken ze hun sterke tanden om op het taaie, vezelige plantenmateriaal te kauwen.

 

  Een lemming kan het hele jaar door paren, een wijfje kan meerdere worpen per jaar hebben. De draagtijd is zo’n 2½ tot 3 weken. Per worp worden er 3 tot 9 jongen geboren. De jongen worden meestal geboren in een hol onder de grond. Lemmingen zijn instaat om zelf een hol te graven maar gebruiken meestal een bestaand of een natuurlijk hol. De jonkies worden slechts twee weken gezoogd en groeien zeer snel op. Vier weken na de geboorte zijn ze al vruchtbaar.

  Dit maakt dat de populatie van lemmingen zeer explosief kan groeien. Dit is mede afhankelijk van het voedselaanbod. Dit verschijnsel, dat lemmingjaar wordt genoemd, komt eens in de 3 tot 4 jaar voor. Het kan dan voorkomen dat er op bijvoorbeeld de Hardangervidda 200 miljoen lemmingen zijn! Een explosie in het aantal lemmingen heeft meerdere gevolgen. Lemmingen gaan in zo’n situatie elkaar opeten. Een ander gevolg is de toename van het aantal roofdieren en roofvogels. Lemmingen staan bij veel roofdieren en roofvogels op het menu. Hoe groter het voedsel aanbod voor deze dieren hoe groter het aantal overlevende jongen. Het grote aantal diertjes maakt dat de lemming op zoek gaan naar nieuwe leefgebieden. Duizenden lemmingen trekken dan over de bergen en door de dalen op zoek naar een nieuw leefgebied.

  Ze gaan over gletsjers, kunnen rivieren en meren overzwemmen, of - zoals in Noorwegen waar de bergen in zee uitlopen – zelfs de zee intrekken. Lemmingen kunnen goed zwemmen. Hun vacht is waterdicht en als het water kalm is kunnen ze goed een rivier of meer overzwemmen. Als er golfslag is, zoals op zee of wanneer er veel wind is, verdrinken er vele. Het is een fabeltje dat lemmingen massaal zelfmoord plegen. De lemmingen trekken in grote groepen weg om voedsel en nieuwe leefgebieden te zoeken. En hierbij komen vele om.

                

Het verspreidingsgebied was oorspronkelijk veel groter. Uit opgravingen en fossielen blijkt dat lemmingen al miljoenen jaren geleden op aarde voorkwamen. Het verspreidingsgebied strekte zich toen uit naar de gematigde warme streken. Pas zo'n 300.000 jaar geleden, komt de berglemming in een uitgesproken koud klimaat voor en door de komst van de boslemming van uit het oosten, ongeveer 11.000 jaar geleden, is het verspreidingsgebied van de berglemming beperkt tot het huidige verspreidingsgebied.

 

  De boslemming is een lemmingsoort die leeft de naaldbossen in het noorden van Europa; in Noorwegen, Zweden en Finland, en Azië. De boslemming heeft een donkergrijze vacht. Volwassen dieren hebben een roestbruine vlek op de achterzijde, deze ontbreekt bij jongere dieren. 's Winters is de vacht lichter van kleur. De staart is vrij kort. De boslemming is kleiner dan de bekendere berglemming. Hij wordt 80 tot 115 millimeter lang en 20 tot 45 gram zwaar. De staart is 10 tot 20 millimeter lang.

  Hij komt voor in naaldbossen in Oost-Scandinavië, Noord-Rusland, Noord-China en Mongolië. Hij heeft een voorkeur voor vochtige naaldbossen. Deze hebben een rijke moslaag. In tegenstelling tot de berglemming is de boslemming is 's nachts actief. Maar ook de boslemming graaft gangen en legt vluchtroutes aan in het mos. Mos vormt zijn belangrijkste voedselbron. 's Winters graaft hij gangen onder de sneeuw. Hier maakt de boslemming ook zijn nesten. Bij dooi komen deze gangen en nesten bloot te liggen.

                  

  De voortplantingstijd verschilt per streek. In Oost-Finland paren de boslemmingen van mei tot augustus. Maar in het zuiden van Noorwegen plant hij zich ook 's winters nog voort. Een vrouwtje krijgt één tot zes jongen per worp. De jongen zijn na een maand geslachtsrijp. Tussen worpen zit gemiddeld zo'n vijfentwintig dagen. Dit komt overeen met de berglemming. Ook de boslemming kent een populatiecyclus van zo'n vier jaar. Maar in tegenstelling tot de berglemming groeit het aantal dieren in een succesvol jaar nooit tot zulke grote aantallen dat over een plaag kan worden gesproken.Wat bij boslemming zeer opvalt is dat de geslachtsverhouding zeer scheef is: slechts 25% van alle dieren is mannelijk. De oorzaak ligt in een mutatie van de geslachtchromosomen; sommige vrouwtjes krijgen enkel vrouwelijke nakomelingen.

  

het rendier de eland de muskusos de lynx de veelvraat de poolvos de wolf de berglemming

Start wild in Noorwegen Natuurgebieden fauna flora

 

foto's gemaakt door Marian van Hulst en Petry den Hartog,

gedichtje gevonden op internet

 Ik besteed veel tijd en aandacht aan het maken van mijn websites. Ik hoop dat je hier respect voor hebt. Met andere woorden dat je geen teksten of foto’s van mijn site haalt zonder mijn toestemming. Dank je.