de eland
 

wild in Noorwegen Natuurgebieden fauna florahet rendier de eland de muskusos de lynx de veelvraat de poolvos de wolf de berglemming

 

 

   Een eland is een zeer groot hert en zeker een imposante verschijning. Het is zo groot als een paard. Het heeft een lange kop met een grote, overhangende bovenlip en grote oren. Een huidzakje bedekt met lange haren hangt van de kin naar beneden. De mannetjes dragen een groot, plaatvormig gewei, een zogenaamd schoffelgewei. Maar er zijn ook individuen met een takvormig stanggewei. Het voorkomen van beide typen is geografisch bepaald: zo hebben stieren in Zuid-Scandinavië vaker een stanggewei en in Noord-Scandinavië vaker een schoffelgewei. Ondanks dat het gewei spanwijdte heeft van bijna 2 meter en 20 kilo kan wegen, is het gemiddeld een stuk kleiner dan de Noord-Amerikaanse soortgenoot. Een elandmannetje kan tot 800 kilo wegen. De vacht is ruw en grijs of roodbruin van kleur tot bijna zwart op de rug. De rui valt in de lente. De poten zijn grijzig wit. Bij vrouwtjes loopt deze kleur over tot bij de staart.

  Elanden komen voor in midden en zuid Noorwegen. Ook in Zweden en Polen komen elanden voor. Kortgeleden zijn elanden gezien in Oost-Duitsland. Wetenschappers houden er rekening mee dat het mogelijk is dat elanden over ongeveer 20 jaar ook in Nederland weer voorkomen. Van een Drentse jachtvergunning kan opgemaakt worden dat de eland nog tot in 1025 in Nederland rondgelopen heeft.

                             

  Elanden leiden meestal een solitair bestaan, maar in de winter komen een aantal dieren samen en vormen een `yard`, een woongebied waarin ze de sneeuw vertrappen, meestal gelegen op een beschutte plaats omgeven door hoge pijnbomen en met veel struiken voor de voedselvoorziening. Zij blijven daar tot het voedsel op is en trekken dan verder om een nieuwe`yard` te zoeken. Elanden voelen zich het meest thuis in vochtige bossen met wilgen en struikgewas, poelen, meren of moerassen. In de zomer brengen zij veel tijd wadend in meren en rivieren door, om waterlelies en andere planten te eten. Hierdoor ontsnappen ze ook enigszins aan muskieten en vliegen. Om bij de wortels en stengels van de waterplanten te kunnen komen, moeten zij geheel onderduiken. Elanden kunnen tot 5 meter diepte duiken om bij de waterplanten te komen. In de winter hebben ze profijt van hun grote afmetingen om bij de jonge loten, bladeren en takken van jonge bomen te kunnen. Vaak leunt een eland tegen de stam van een jonge boom aan, zodat deze buigt en de takken binnen zijn bereik komen. Ook eet hij wel schors, vooral die van populieren. De Amerikaanse eland, de `moose`werd door de Indianen musee genoemd, wat boometer betekent. 

                                  

 

  De stieren werpen hun gewei af in december, na de brons. In april en mei begint het nieuwe gewei op te komen. Tegen augustus is dat volledig uitgegroeid en wordt de bast af geveegd. Aanvankelijk is het ontblote gewei wit, maar nadat de stier het goed tegen struiken en takken heeft gewreven, wordt het glanzend bruin. Een eenjarige stier heeft 15-20 cm lange stangen, het spiesgewei; bij een tweejarige stier zijn de stangen gevorkt en tegen het bereiken van het derde levensjaar heeft hij een schoffelvormig gewei met 3-4 uitstulpingen.   

  In de voortplantingstijd van september tot oktober vinden er veel gevechten plaats tussen de stieren, hierbij gaan ze elkaar met het gewei te lijf, maar daarbij wordt gewoonlijk weinig schade aangericht. Elanden zijn polygaam: een volwassen stier dekt een aantal koeien. De stieren brullen naar de wijfjes en als ze antwoord krijgen, stormen ze luidruchtig door het struikgewas op het geluid af. De stier blijft soms bij de koe van zijn keuze totdat haar kalf 10 dagen oud is. 

  De draagtijd bedraagt 240-270 dagen. De eerste keer dat een elandkoe werpt krijgt zij één kalf, maar daarna schijnen tweelingen regel te zijn, met heel af en toe een drieling. Het kalf is geheel roodbruin gekleurd. Na tien dagen trekt hij met zijn moeder mee. De eerste drie dagen is hij niet in staat veel te lopen en de koe blijft dicht in de buurt. Kalveren blijven gedurende 2 jaar bij de moeder, totdat ze seksueel volwassen zijn. Elanden kunnen wel een leeftijd van 20 jaar bereiken.

                     

  Een opvallend kenmerk van het leven van een eland is het feit dat hij een deel van het jaar alleen leeft en het andere deel een groepsleven lijdt. Er vindt dus een grote verandering in zijn gedrag plaats; nu eens schuwt hij zijn soortgenoten en dan weer zoekt hij ze op. Het geheim ligt bij zijn eerste training: de moeder blijft dicht in de buurt van haar kalf in de eerste tijd na de geboorte. Naarmate de weken verstrijken, wordt het gebied waar de moeder in rondzwerft geleidelijk uitgebreid en het kalf volgt zijn moeder nauwgezet. Als hij neigingen vertoont om er zelf op uit te gaan, haalt zijn moeder hem terug. Moeder en kind zijn als het ware onafscheidelijk en de moeder verjaagt alles uit haar woongebied, niet alleen andere elanden, maar ook andere herten, paarden en soms zelfs mensen. Als het kalf echter aan zijn lot wordt overgelaten volgt hij elk hert, paard of mens, dat bij hem in de buurt komt. Van nature schijnt een elandkalf dus sociaal ingesteld te zijn, maar hij wordt door zijn opvoeding antisociaal. Als de bronstijd aanbreekt is de moeder minder geneigd elanden of andere wezens weg te jagen, zodat het kalf spoedig in gezelschap is van zijn moeder, een stier en een of meer koeien, die met de stier meegekomen zijn. Het kalf heeft nu gezelschap en speelt zelfs een rol bij het paringsritueel. Als de stier hem ruw behandelt, loopt de moeder weg en neemt haar kalf mee. Is dit niet het geval, dan is alles in orde en het kalf blijft in het kleine groepje. De volgende lente, wanneer een nieuw kalf of kalveren geboren worden, blijft het oude kalf bij zijn moeder, maar zij tolereert hem slechts aan de rand van haar woongebied. In het volgende bronstseizoen, in september of oktober, krijgen het kalf, zijn moeder en zijn broers of zussen, weer gezelschap van een stier met een of meer koeien, mogelijk met kalveren. Als het nu 1,5 jaar oude kalf een mannetje is, dient hij de stier te mijden om niet door hem als rivaal behandeld te worden. Hij zal steeds weer naar zijn moeder terugsluipen, als de stier even weg is om een rivaal weg te drijven, maar hij moet verdwijnen zodra de stier weer terug is. Is het kalf een wijfje dan zal haar eigen moeder haar als een rivale behandelen, haar wegjagen en ver van zich houden, zolang de stier bij haar in de buurt is. Zo leert elk kalf op zichzelf te leven, maar hij leert ook, dat hij in bepaalde tijden van het jaar het gezelschap van andere dieren kan genieten; op deze wijze is het hem heel goed mogelijk in de winter in groepsverband te leven en toch voor de rest van het jaar een eenzaam bestaan te leiden, met uitzondering dan van de bronstijd.

 

  Natuurlijk is een vakantie aan Noorwegen pas echt af als je een eland in het wild heb gezien. Op verschillende plaatsen worden elandsafari’s aangeboden. Je gaat dan met een gids op weg om elanden te spotten. Maar er is natuurlijk ook de mogelijkheid zelf op zoek te gaan naar in het wild levende elanden. Hierbij wat tips die ik op internet vond:

* Net zoals vele andere wilde dieren zijn elanden 's morgens en 's avonds bij schemer actief. De kans om er eentje te observeren is dus dan het grootst. Dieren zijn vaak onvoorspelbaar en dus kan je ook wel eens overdag een eland tegenkomen. Aangezien 's zomers de zon niet of maar kort ondergaat, bieden de zomermaanden ook 's nachts goede kansen om op elandenspeurtocht te gaan.

* De kans op een observatie van een mannetje (met volgroeid gewei) is gering en de gelegenheid is ook gering. De mannetjes verliezen in de herfst het gewei. Meestal zie je wijfjes (zonder gewei).


* Open plekken (weiden) tussen de bossen vormen geliefkoosde plaatsen voor elanden om van het malse gras te komen knabbelen. Verschans je hier bij schemer een tijdje en misschien heb je wel geluk...Ook rivieroevers vormen bij schemer een ideale observatieplaats. Elanden schrikken er niet voor terug om een stukje rivier over te zwemmen om een grasveldje aan de overkant te bereiken. Vele kanovaarders observeren vanuit hun kano elanden. Ze komen immers vaak geruisloos aangevaren en hebben dus veel kans om een grazende eland aan de oever te verrassen.

* Observeer elanden van een afstand! Als een eland jou in de gaten krijgt, vlucht het dier meestal snel weg. Wanneer je ze echter ongehoord te dicht nadert of als ze zich bedreigd voelen, kunnen ze gevaarlijk zijn. Zeker een wijfje met jong kan agressief reageren. Geniet van de dieren maar voorstoor ze niet!

* Heb je geen geluk en krijg je geen eland te zien, dan vind je misschien wel de uitwerpselen van de eland. Dit zijn grote geelbruine tot zwartbruine keutels (soms vergelijkbaar met konijnenkeutels maar dan enkele malen groter). Op wandelpaden in bossen of langs rivieren kom je ze zeer regelmatig tegen.

* Wie met de wagen rondrijdt moet bij schemer bijzonder waakzaam zijn voor overstekende elanden. Bij een aanrijding is het dier vaak levensgevaarlijk gewond of dood en je auto is klaar voor de sloop! En niet zelden zijn ook de inzittende van de auto gewond.

  

 

het rendier de eland de muskusos de lynx de veelvraat de poolvos de wolf de berglemming

wild in Noorwegen Natuurgebieden fauna flora

   Ik besteed veel tijd en aandacht aan het maken van mijn websites. Ik hoop dat je hier respect voor hebt. Met andere woorden dat je geen teksten of foto’s van mijn site haalt zonder mijn toestemming. Dank je.