|

They rowed the fjord
They crossed the beach
They rode the hills
They waded over the bay
Al vele honderden jaren komen de
mensen naar de diensten in de staafkerk van Undredal. Zo als in het
gedicht van Aslaug Vaa beschreven. En nog steeds komen de mensen naar
deze kleine witte staafkerk om hier de kerkdienst te volgen. Maar niet
meer zo als boven beschreven alleen over het fjord, de stranden, de
heuvels en de baai. De kleine gemeenschap aan het Aurlandsfjord is nu,
in tegenstelling met vroegere tijden, ook via de weg bereikbaar.

slechts 40
zitplaatsen heeft deze staafkerk
Undredal is één van oudste de
staafkerken van Noorwegen en is gebouwd of in gebruik genomen in 1147.
Deze datum werd tijdens recente reparatiewerk in de dakstoel gevonden.
De eerste vermelding van deze staafkerk is een vermelding in een brief
van Bischop Audfinn in Bjørgvin uit 1321, hierin staat vermeld dat Pål
Bårdson werd benoemt als priester van kapel van Undredal Kapella. Pål
Bårdson werd later de kanselier van Koning Magnus en werd de
aartsbisschop van Nidaros. Uit een document uit Avignon, gedateerd in
1348, blijkt dat Paus Clemens VI Ogmundsson het kapelaanschap van de St.
Nicolaas kapel in Undredal schonk. Deze kerk, net als de staafkerk in
Eidsborg, is gewijd aan St. Nicholas. In de kerk hangt een icoon van de
beschermheilige. Deze icoon is afkomstig uit Rusland. Een groep
Russische toeristen bracht een bezoek aan deze kerk. Terug in Rusland
vertelden zij in hun eigen kerk, ook gewijd aan Sint Nicolaas, over het
kleine kerkje in Noorwegen. Toen de priester van de kerk in Rusland
hoorde dat de kerk in Noorwegen geen icoon bezat van de heilige Nicolaas
stuurde hij een van de iconen van zijn kerk naar Undredal. Deze icoon is
nog steeds in de kerk te zien.

kroonluchter en
details van de plafondbeschildering
minituur van de kerk, staat achterin de staafkerk
De staafkerk van Undredal was één van
de zeven of acht kerken (3-4 kunnen privébezit zijn geweest) in het
district vóór de uitbraak van de builenpest, in de zomer van 1349.
Tijdens de pestepidemie sterft zeker de helft maar mogelijk zelfs twee
derde van de Noorse bevolking en raakt Noorwegen in verval. Dit is de
oorzaak dat er lange tijd niets aan het onderhoud aan kerken werd gedaan.
Vele kerken werden afgebroken voor het hout. Na deze verwoestende plaag,
bleven slechts twee kerken over, en één van hen was de kerk van Undredal.
Maar nog de pest nog de „zwarte dood“ van onze moderne tijden, emigratie
aan stedelijke gebieden, heeft deze kerk in een museumstuk veranderd.
Het is nog steeds in gebruik hoewel de kerk slechts ongeveer plaats bied
aan ongeveer 40 personen. Het waarschijnlijk de kleinste in Scandinavië
en deelt de pastor met andere parochies in het gebied.

De boekhouding van de 17e
en de 18e eeuw leveren het bewijst dat de financiën van deze
kleine kerk vaak lastig zijn geweest. De kerk ontving „landhuur“ van
vele landbouwbedrijven. Vertaald in geld, bedroeg dit ongeveer 7
riksdaler (zilveren muntstukken) in 1670. In dat zelfde jaar, waren de
kerkuitgaven 19 riksdaler, waarvan 13 aan pastoor verschuldigd waren. En
niet alleen daardoor raakte de kerk in problemen. In 1713, om onbekende
redenen, moest de kerk van Undredal net als veel andere Noorse kerken 2
marken betalen (1 mark = ca 1/5 riksdaler) aan een Lutherse school in
Londen, en 4 marken voor een afgebrande school in Altona, nu een
voorstad van Hamburg, en in die tijd Deens grondgebied! De staafkerk is
verkocht en zo in particulier bezit geraakt. Door een slimmigheid in het
contract kon de staat geen geld van de kerk meer opeisen en was het
voortbestaan van de kerk van Undredal gewaarborgd.

het altaar
de preekstoel uit 1696
In 1722 onderging de Undredal
staafkerk een belangrijke wederopbouw, de resulteerde in de vorm van de
huidige kerk. In de staafbouw werden wijnranken aangebracht. En de muren
en plafonds werden beschilderd met sterren en engelen, engelen met blote
borsten. Het werd harmonisch geheel. In later tijd werden de engelen
overgeschilderd, blote borsten waren niet gepast.

plafond met
sterren en engelen
De kerk heeft nog altijd de originele
kerkklok. Deze kerkklok hangt ook op de originele plaats, namelijk
achter in de kerk. En niet in een aparte klokkentoren naast de kerk
zoals bij andere staafkerken vaak wordt gezien. Een ander opmerkelijk
detail in deze staafkerk is het doopfont. Niet een staand, van hout of
speksteen zoals ik in andere staafkerken zag. Hier is het doopfont van
koper en hangt het aan de muur. Als er een doopdienst is wordt het
doopfont of beter doopbekken van de muur gehaald en met water gevuld. En
met de bijpassende kan wordt het water in het doopbekken gegoten. Het
doopfont heeft een standaard waarmee het opgehangen kan worden aan de
voorste kerkbank. Een hele slimme, ruimtebesparende vondst in dit hele
kleine kerkje.

de originele bel
en het koperen doopfont of doopbekken
De omloop die kerk heeft gehad, deze
was niet origineel, is later weer verwijderd. In de kerk is ook het luik
nog aanwezig waardoor de zieken, die buiten de kerk moesten blijven, de
dienst konden volgen en de zegeningen konden ontvangen. In 1962 werd de
kerk opnieuw gerestaureerd. Drie lagen van verf werden verwijderd om de
decoraties op de muren en het plafond weer terug te brengen. Onder de
oudste laag verf, werden de beeltenissen van mythische dieren evenals
diverse symbolische tekens gevonden.
Meer zien van
deze schitterende kerk? Volg dan de onderstaande link naar het
fotoalbum.




Ik
besteed veel tijd en aandacht aan het maken van mijn websites. Ik hoop
dat je hier respect voor hebt. Met andere woorden dat je geen teksten of
foto’s van mijn site haalt zonder mijn toestemming. Dank je.
|